Dag van de scheiding 15 september 2011
Denkt u aan een echtscheiding en wilt u daar graag eens meer van weten?
Maak een afspraak of kom op 15 september 2011 langs voor een gesprek met een van de echtscheidingsadvocaten op het kantoor in Amersfoort; voor u zijn daar geen kosten aan verbonden.
Echtscheiding/alimentatie/inkomen ondernemer
Bij de behoeftebepaling in verband met de vaststelling van partneralimentatie na echtscheiding wordt gekeken naar de mate van welstand tijdens het huwelijk. Daarbij zijn het inkomsten- en lastenpatroon gedurende de laatste jaren voor de scheiding relevant. Aan de andere kant is voor de bepaling van de draagkracht van de alimentatieplichtige de feitelijke financiële situatie op het moment van vaststelling van belang. In geval het om een ondernemer(eenmanszaak of DGA) gaat laat zich die feitelijke situatie niet makkelijk bepalen. Dikwijls wordt gekeken naar de resultaten van de laatste jaren en wordt min of meer een gemiddelde bepaald. Met incidentele uitschieters naar boven of beneden wordt geen rekening gehouden. In een zaak voor het gerechtshof te Den Haag in januari 2011 werd echter geoordeeld op basis van het resultaat 2010; de resultaten gedurende de mindere crisisjaren werden buiten beschouwing gelaten. Deze uitspraak laat zien dat het bepalen van het inkomen van de ondernemer in geval van echtscheiding geen sinecure is.
Arbeidsrecht/ontslag op staande voet/kritiek op beleid werkgever
In een kort geding voor de rechtbank Leeuwarden begin april 2011 speelde de vraag in hoeverre een werknemer al dan niet terecht op staande voet was ontslagen vanwege kritiek op de bedrijfsvoering. In het algemeen wordt aangenomen dat een werknemer in het openbaar kritiek mag uiten op het bedrijfsbeleid. Gebaseerd op het (grond)recht van meningsuiting mag een werknemer daar ver in gaan. Onder omstandigheden gaat een werknemer soms over de schreef als de kritiek niet zakelijk maar meer persoonlijk van aard is. In deze zaak werd het ontslag op staande voet door de rechter van tafel geveegd. Andere werknemers met kritiek werden niet ontslagen. De rechter liet ook meewegen dat de werknemer goed had gefunctioneerd.
Ondernemingsrecht/koopovereenkomst onroerend goed en financieringsvoorbehoud
In een zaak voor het gerechtshof te Leeuwarden kwam in een uitspraak in maart 2011 de vraag aan de orde of de koper van een woning een beroep kon doen op het in de koopovereenkomst opgenomen financieringsvoorbehoud. Op grond van de koopakte rustte er op de koper een inspanningsverplichting zijn best te doen om de financiering voor de aankoop rond te krijgen. Het is in de praktijk standaard dat de koper die een beroep doet op dat beding moet aantonen dat hij zich voldoende heeft ingespannen. Indien de koper die er zich op beroept twee afwijzingen van zijn aanvraag voor een financiering kan laten zien wordt dat meestal voldoende geacht. In deze zaak kon de koper drie afwijzingen laten zien maar bij alle drie ging het om aanvragen voor een hoger bedrag dan de koopsom met kosten. Het hof beoordeelde het beroep van de koper op de clausule als niet terecht. Het verdient derhalve aanbeveling om het bedrag in het financieringsvoorbehoud zo nauwkeurig mogelijk te omschrijven. Dat kan discussie achteraf voorkomen.
Echtscheiding/aansprakelijk voor (belasting)schulden van ex
De Hoge Raad moest begin 2011 oordelen in een een procedure waarbij de vrouw door de fiscus aansprakelijk werd gesteld voor de helft van de door haar ex tijdens het huwelijk opgebouwde belastingschuld. Zij waren gehuwd geweest in gemeenschap van goederen. De vrouw had bij de echtscheiding afstand gedaan van de gemeenschap. De fiscus baseerde zich daarbij op een artikel in de wet dat zegt dat na scheiding een echtgenoot onder meer aansprakelijk blijft voor de helft van de door de ander aangegane schulden van de gemeenschap. Omdat de vrouw afstand had gedaan van de gemeenschap werd de vordering van de fiscus afgewezen. De fiscus had ook nog de volledige belastingschuld bij de ex gevorderd omdat volgens de fiscus een belastingschuld moet worden beschouwd als kosten van de huishouding. Maar ook die vordering werd afgewezen. Deze uitspraak is van belang voor de praktijk. Bij een scheiding zijn er vaak (belasting)schulden. Afstand doen van de gemeenschap komt niet vaak voor omdat er niet alleen afstand wordt gedaan van de lasten maar ook van de lusten. Maar van de schulden betreffende de kosten van de huishouding kan nooit afstand worden gedaan. Het blijft dus oppassen geblazen!
Echtscheiding/verzwijgen schulden bij aangaan huwelijk en echtscheiding
In een uitspraak van eind april 2011 moest de rechtbank Den Haag oordelen over de vraag of schulden van de man uit een faillissement in het kader van een scheiding geheel voor rekening van hem moesten blijven. Partijen waren in gemeenschap van goederen gehuwd. Volgens de hoofdregel zijn schulden vóór en tijdens een huwelijk in geval van gemeenschap van goederen gemeenschapelijk ongeacht wie de schulden heeft gemaakt. Bij een scheiding worden de schulden bij helfte gedeeld. Hier week de rechtbank af van die hoofdregel. De rechtbank kende daarbij doorslaggevende betekenis toe aan de verklaring van de vrouw bij het aangaan van het huwelijk niet op de hoogte te zijn geweest van het feit dat de eenmanszaak van de man failliet was. De man had dat bewust verzwegen. Bij de boedelverdeling in het kader van de echtscheidingsprocedure bepaalde de rechtbank hier dat de schulden uit het faillissement zonder verrekening met de vrouw geheel voor rekening van de man dienden te blijven.
Alimentatie/ontzegging alimentatie en kwetsend gedrag
De wet laat toe de rechter de alimentatiegerechtigde alimentatie geheel dan wel gedeeltelijk te ontzeggen in het geval deze zich kwetsend opstelt tegenover de alimentatieplichtige. Het spreekt natuurlijk voor zich dat een rechter daartoe niet snel zal besluiten. Bij het hof in Den Bosch kwam dit onderwerp recentelijk aan de orde. De buitenechtelijke actviteiten van de vrouw hadden in deze zaak tot de geboorte van twee kinderen geleid terwijl de vrouw de man in de waan had gebracht en gelaten dat hij de biologische vader was. Het hof vond dit gedrag van de vrouw zodanig schokkend dat haar verzoek om vaststelling van partneralimentatie werd afgewezen.
Arbeidsrecht/ontslag op staande voet/strafrechtelijke veroordeling
De kantonrechter te Rotterdam moest in januari 2011 oordelen over een ontslag op staande voet van een docent die strafrechtelijk was beoordeeld voor het in bezit hebben van kinderporno.
Niet alleen ons hoogste rechtscollege de Hoge Raad maar ook verschillende kantonrechters hebben al uitgesproken dat een strafrechtelijke veroordeling al dan niet in combinatie met afwezigheid als gevolg van detentie op zich niet genoeg is om een ontslag op staande voet te kunnen dragen. Daar is meer voor nodig waarbij met name gekeken wordt of het strafbare feit betrekking heeft op de werksfeer of privésfeer. Bij dit geval was een docent betrokken die ook les gaf aan minderjarige kinderen. Volgens de kantonrechter had de docent een voorbeeldfunctie en daarbij paste niet het bezit van kinderporno. Het beëindigen van de arbeidsovereenkomst met directe ingang was terecht gegeven; een ontbindingsvergoeding was niet aan de orde.
Echtscheiding/huwelijkse voorwaarden/periodiek verrekenbeding
De rechtbank Breda heeft in februari 2011 een interessante uitspraak gedaan over huwelijkse voorwaarden met een periodiek verrekenbeding.
In deze zaak waren partijen op huwelijkse voorwaarden gehuwd met daarin uitsluiting van elke gemeenschap van goederen en een clausule om jaarlijks de niet-geconsumeerde inkomsten met elkaar te delen(periodiek verrekenbeding). Zoals zo vaak hebben ook hier partijen tijdens hun huwelijk nooit dat periodieke verrekenbeding toegepast; er is niets verrekend. Ondertussen begint de man in 1989 een eenmanszaak welke 10 jaar later wordt omgezet in een bv waarvan hij aandeelhouder(DGA) is.
Partijen besluiten in 2007 naar de notaris te gaan voor een betere omschrijving in hun huwelijkse voorwaarden van wat precies onder inkomsten moet worden begrepen. Zij sluiten bij de notaris ook een overeenkomst waarbij zij verklaren dat alle inkomsten over hun huwelijkse periode tot dat moment zijn verrekend; zij maken dus als het ware schoon schip.
In 2009 gaan partijen scheiden. De vrouw verzoekt in dat verband aan de rechtbank onder meer die overeenkomst en de aangepaste huwelijkse voorwaarden ongeldig te verklaren. De vrouw krijgt bij de rechtbank geheel gelijk. De rechtbank passeert daarmee dus de in 2007 gemaakte afspraken en dat is toch wel bijzonder omdat die huwelijkse voorwaarden en overeenkomst in het bijzijn van een notaris zijn gemaakt.
Deze uitspraak roept verschillende vragen op. Heeft de notaris het wel goed geregeld want het was nu toch juist de bedoeling om niet te verrekenen? Kan de notaris daarvoor worden aangesproken? De notaris komt voor de belangen van beide partijen op maar heeft hij wel aan zijn informatie- en voorlichtingsplicht voldaan?
Het is daarom dan ook zeker niet ondenkbaar dat met deze uitspraak, zeker nu in de naaste toekomst het niet meer nodig is om gewijzigde huwelijkse voorwaarden aan de rechtbank ter goedkeuring voor te leggen, het in de praktijk steeds vaker gaat voorkomen dat onder een dergelijke overeenkomst pas een handtekening wordt gezet als elke partij nadrukkelijk verklaart dat hij is voorgelicht door een eigen door hem ingeschakelde deskundige. Het is daarom raadzaam om bij wijziging dan wel aanpassing van huwelijkse voorwaarden te overwegen u te laten bijstaan door een advocaat die per definitie eenzijdig naar uw belangen kijkt. Ons kantoor kan u daarbij van dienst zijn; wij zijn goed thuis in de afwikkeling van de financiële kant van een scheiding.
Huwelijksvermogensrecht/wetswijziging gemeenschap van goederen en huwelijkse voorwaarden
Het ziet er naar uit dat op 1 januari 2012 eindelijk het al uit 2003 daterende wetsontwerp betreffende wijziging van de huwelijksgoederengemeenschap van kracht wordt. Voor wat betreft de echtscheidingspraktijk springt vooral in het oog dat het moment waarop de gemeenschap van goederen wordt ontbonden zal veranderen. Thans is dat de dag waarop de echtscheidingsuitspraak wordt ingeschreven bij de burgerlijke stand. In de toekomst zal dat het moment worden waarop het verzoekschrift echtscheiding wordt ingediend bij de rechtbank. Schulden die ontstaan tijdens de echtscheidingsprocedure vallen dan niet meer in de huwelijksboedel.
Een belangrijke wijziging is verder dat wordt afgestapt van het stelsel van nominale vergoedingen. In plaats daarvan kennen we straks de zogenoemde beleggingsleer. Het kwam nogal eens voor dat met name vrouwen in geval van een echtscheiding, wanneer zij met (koude) uitsluiting van elke gemeenschap goederen waren gehuwd en tijdens hun huwelijk hadden meebetaald aan de echtelijke woning op naam van de echtgenoot, er bekaaid af kwamen. Zij konden slechts aanspraak maken op terugbetaling van de betaalde bedragen; delen in waardestijging van de woning was eigenlijk uitgesloten. Maar onder de nieuwe wet wordt rekening gehouden met de waardeontwikkeling.
Vanaf 2012 is het niet meer nodig om voor echtgenoten die op huwelijkse voorwaarden willen trouwen of die huwelijkse voorwaarden tijdens het huwelijk willen wijzigen de goedkeuring van de rechtbank te vragen. Een belangrijke wijziging want dat impliceert dat het voor echtgenoten makkelijker en minder kostbaar wordt hun financiële zaken goed te regelen.
